Jaarrekening 2018

Uithoflijn

2.1 Inleiding en historisch perspectief

Het project Uithoflijn is in 2008 door de gemeente Utrecht gestart als HOV-busbaan. Begin 2010 hebben de gemeente Utrecht en BRU een Samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin zij hebben afgesproken om toe te werken naar een projectbesluit (go/no-go-besluit) in 2011. Dit projectbesluit ziet op het realiseren van een tramsysteem tussen Utrecht Centraal en De Uithof. In de eerste helft van 2011 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu op grond van een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) een financiële bijdrage toegezegd, waarmee de vertramde Uithoflijn in zicht kwam.

Na de toezegging van de minister zijn de gemeente Utrecht en BRU de casus verder gaan onderzoeken en dat heeft uiteindelijk geleid tot de vaststelling van het Uitvoeringsbesluit en de Bestuursovereenkomst op 20 juni 2012. Met de vaststelling hiervan hebben zij de uitvoering van het project belegd bij de Projectorganisatie Uithoflijn (POUHL). Op basis van de zekerstelling van de financiering (Rijks- en VERDER-subsidies) en de vaststelling van het DO in juni 2013 kon begonnen worden met de aanbestedingen van de traminfrastructuur en het trammaterieel. De aanbesteding van de traminfrastructuur is eind december 2014 afgerond, de aanbesteding van het materieel eind januari 2015.

Oorspronkelijk betrof de opdracht: realiseer, conform de uitgangspunten in de boven vermelde overeenkomst, in samenwerking met alle belanghebbende partijen op projectmatige wijze een werkend tramsysteem tussen Utrecht CS en De Uithof, dat kwalitatief goed is, voldoende veilig en goed ingepast is in de stedelijke omgeving. Daarbij behoort ook de aanschaf van het juiste trammaterieel.
Met de toevoeging van de coördinatie van het proefbedrijf aan de opdracht van POUHL dient aangetoond te worden dat er sprake is van een werkend tramvervoersysteem Uithoflijn. De Uithoflijn dient volgens de vigerende bestuursplanning eind 2019 operationeel te zijn.

Het voorstel voor de benodigde extra middelen (Statenvoorstel van 31 januari 2018) en de gecommuniceerde
vertraging leiden tot debatten in de gemeenteraad en de Staten. Dit heeft geresulteerd in een onderzoek van de Rekenkamer dat eind 2018 aan de Staten is gepresenteerd.

ga terug